De Participatiewet die arbeidsbeperkten aan werk moest helpen, blijkt tot nu toe juist het tegenovergestelde te doen. De Wet sociale werkvoorziening-doelgroep komt in elk geval sinds de invoering in 2015 moeilijker aan een baan, weet die minder lang vast te houden en heeft vaker een uitkering. Nu rijst de vraag: hoe lang moet deze wet kans van slagen krijgen?

Doel van de Participatiewet is een inclusievere arbeidsmarkt waarin mensen met een arbeidshandicap makkelijker en duurzamer aan de slag komen en in zo weinig mogelijk gevallen een uitkering nodig hebben. Maar uit een rapport dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) 5 september heeft gepresenteerd blijkt: "Deze wet werkt niet voor mensen die voorheen een plekje vonden op een sociale werkplaats", aldus SCP-onderzoeker Maroesjka Versantvoort.

Bij reguliere werkgevers aan de slag

Het Sociaal en Cultureel Planbureau keek naar de 11.000 mensen die eind 2014, vlak voor de invoering van de nieuwe wet, op een wachtlijst stonden om aan de slag te gaan bij een sociale werkplaats. Zij raakten per 2015 hun Wsw-indicatie kwijt en kwamen onder de Participatiewet en het UWV-doelgroepenregister voor de banenafspraak te vallen. Anders gezegd: zij moesten bij reguliere werkgevers aan de slag gaan.

Werkloosheid fors gestegen

Het aantal werklozen binnen deze doelgroep ligt inmiddels een schrikbarende 40 procent hoger dan vlak voor de invoering van de wet, zegt Versantvoort. Zij vindt de toename an sich niet verbazingwekkend, al schrok ze wel van de cijfers. Werkgevers die iemand uit deze doelgroep willen aannemen, moeten op hun werkvloer de juiste omstandigheden creëren, denk aan voldoende rust, begeleiding en faciliteiten. "Daar gaat veel tijd en geld in zitten. En werkgevers zijn nog te vaak onbekend met de doelgroep en met de exacte wet- en regelgeving.” Vraag is dus of werkgevers meer tijd moeten krijgen.

Omslag kost tijd en geld

Het SCP benadrukt dan ook dat de Participatiewet een ‘work in progress’ is. De beoogde situatie dat een arbeidsgehandicapte probleemloos bij een reguliere werkgever instroomt, wordt alleen realiteit als werkgevers een denkomslag weten te maken, zegt Versantvoort. Gemeenten kregen op hun beurt te maken met nieuwe verantwoordelijkheden, die ze zich nog eigen moeten maken. Waaronder het creëren van beschutte werkplekken met extra begeleiding, waarover verantwoordelijk staatssecretaris van Ark in juli nog toegaf dat dit veel te langzaam op gang kwam. Tegenover het geld dat de gemeenten hiervoor kregen, stonden de grote bezuinigingen die gelijktijdig werden doorgevoerd. 

Perverse prikkel

Versantfoort merkt ten slotte op dat er wellicht een perverse prikkel van de wet uitgaat, die arbeidsgehandicapten in de weg zit. Kost het een gemeente (te) veel tijd, mankracht en vooral geld om iemand met een beperking aan een baan te helpen? Versantvoort: "Gemeenten kunnen dan de afweging maken om iemand in een uitkeringssituatie te laten zitten, omdat dat uiteindelijk goedkoper is." Een bizarre uitwerking van de wet, die al veel eerder gecorrigeerd had moeten worden.  

Uitkeringsafhankelijkheid blijft waarschijnlijk stijgen

Helaas verwacht Versantfoort dat de uitkeringsafhankelijkheid van de doelgroep blijft stijgen. “Je ziet dat de baanvinders uit de doelgroep vooral tijdelijke banen, oproepbanen en uitzendwerk vinden. Gezien de trend richting verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt denk ik dat er een verdere toename in deeltijdwerk zal plaatsvinden en daarom meer uitkeringsafhankelijkheid." 

De belangrijkste conclusies uit het rapport op een rij:

  • De baankans van de mensen die (voorheen) op de Wsw-wachtlijst stonden, daalden van gemiddeld 50% voor invoering van de Participatiewet naar 30% na invoering van de wet.
  • Wie wel een baan vond, had die in bijna de helft van de gevallen het volgende jaar niet meer. In 2010 had 65 en in 2013 zelfs 77% het volgende jaar nog steeds dezelfde baan. Het hoge cijfer van 2013 was echter mede te danken aan de Sw-bedrijven die na de aankondiging van de Participatiewet er veel aan deden om te zorgen dat baanvinders hun werk en indicatie konden behouden na de invoering.
  • De uitkeringsafhankelijkheid van de baanvinders steeg. Van degenen die sinds de invoering van de participatiewet in beide navolgende jaren een baan hadden, ontving 63% een uitkering naast het werk. Van de groep die tussen 2010 en 2013 aan het werk ging, kreeg 58 tot 60% een uitkering. De stijging in de uitkeringsafhankelijkheid komt volgens het SCP door het toenemende aantal wachtlijsters met een Wajong-uitkering.
  • Voor de introductie van de Participatiewet hadden mensen met ofwel een bijstandsuitkering ofwel een Wajong-uitkering en mét een Wsw-indicatie een grotere kans om aan een baan te komen dan mensen met dezelfde uitkering maar zonder Wsw-indicatie. Dit verschil is na de invoering van de Participatiewet verdwenen.


Het Sociaal en Cultureel Planbureau werkt nog aan een rapport waarbij naar de effecten van de Participatiewet als geheel wordt gekeken. Dat eindrapport moet eind volgend jaar klaar zijn. 

O4 wil graag weten wat jouw ervaringen zijn op het vlak van werk. Moet de Participatiewet nog meer tijd krijgen om te slagen? Zullen werkgevers en gemeenten de benodigde omslag kunnen maken zodat arbeidsbeperkten aan de slag kunnen bij reguliere werkgevers? Of moeten de sociale werkplaatsen weer worden geopend voor nieuwe arbeidsbeperkten? Laat van je horen op onze Facebook-account!

Bronnen:

SCP
Trouw
Binnenlands Bestuur

 

contact

contact

contact

kontakt

Werk vinden is voor arbeidsbeperkten nog altijd moeilijk